Het Noordzeekanaal  ( 10 km )

Op 1 november 2001 is het 125 jaar geleden dat het Noordzeekanaal werd geopend waardoor Amsterdam als haven kon blijven bestaan.
Het is wonderlijk dat Amsterdam zich heeft ontwikkeld tot zon belangrijke stad op zon ongelukkige plaats, Eeuwenlang moesten de zeilschepen eerst door het gevaarlijke Marsdiep langs Texel manoeuvreren.

In omgekeerde richting lagen de VOC schepen soms weken op de rede van Texel voordat de wind gunstig genoeg was om de Noordzee te kunnen bereiken.
Over de Zuiderzee voerde de tocht langs het gevaarlijke Vrouwenzand en tenslotte lagen de schepen voor Pampus een voor grote schepen nauwelijks te nemen ondiepte.

 

Bij Nieuwediep (Den Helder) was meestal een flink deel van de vracht overgeladen in kleinere schepen maar bij Pampus was de diepgang toch nog te groot.

Er werden zeekamelen langszij gebracht, grote met water gevulde bakken, die werden aan de schepen gebonden, leeggepompt en dan werd het omhoog gebrachte schip over Pampus getild om eindelijk het IJ te bereiken.

Tot overmaat van ramp joegen de stormen het water van de Zuiderzee tot over de dijken rond Amsterdam en slibden de havens voortdurend dicht.  

 

 

De aanleg van het kanaal

In de 19de eeuw werd de toestand onhoudbaar, de schepen werden te groot om over Pampus gehaald te worden, na eindeloos geharrewar werd het Noordhollands Kanaal gegraven.

Amsterdam lag voortdurend dwars want men vreesde dat Den Helder de handel van Amsterdam zou overnemen.

Het kanaal mocht ook niet al te veel kosten, men koos een route langs bestaande wateren en zo kwamen er veel te veel bochten en bovendien was het kanaal te smal en ondiep.


In 1824 vond de opening plaats, maar al spoedig bleek dat de grote schepen vast liepen, steeds meer kapiteins weigerden om hun schip bloot te stellen aan de gevaarlijke tocht door het kanaal.
De Amsterdamse ondernemer Simon Vissering had een visioen, na een bezoek aan Velsen en een tocht door de duinen schreef hij dat "Holland op zijn smalst" tussen Velsen en Beverwijk moest worden doorgraven.

Er moest een kanaal komen van de zee tot aan het IJ,  aan de zeekant zou dan een"ijzeren spoorweg"komen.

Grote stoom- en zeilschepen zouden af en aan varen en Amsterdam tot grote welvaart brengen.

 

Amsterdam zag echter niet veel heil in het plan, men voelde er niets voor om het IJ aan de kant van de Zuiderzee af te sluiten met sluizen, dat uiteraard een noodzaak zou zijn als het IJ naar de zeekant werd ontsloten.

Bovendien keek men erg op tegen de kosten, de Amsterdamse Kamer van Koophandel verzette zich met hand en tand tegen de plannen.

Ondanks grote steun van Koning Willem III kreeg men het geld niet bij elkaar, tenslotte werd het werk aangenomen door een Engelse maatschappij.

 

 

In het voorjaar van 1865 werd de eerste schop in het zand gezet.

Voor het stille Velsen veranderde alles, van heinde en verre kwamen duizenden straatarme gravers met hun gezinnen op het werk af, ze groeven holen in de duinen om in te wonen of timmerden hutten van wrakhout.

Hun werk was onmenselijk zwaar, telkens stortten walkanten in, grondwater bleef opborrelen en werd daarna weer weggepompt zodat de putten in Velsen droog kwamen te staan.

De Engelse maatschappij liet zich weinig gelegen liggen aan de arbeiders, tot overmaat van ramp brak een cholera-epidemie uit die genadeloos toesloeg onder de kanaalarbeiders.
Aan de zeekant stortten tijdens grote stormen herhaaldelijk de van betonblokken gemaakte pieren in.

 

Ondanks alle tegenslagen werd het kanaal op 1 november 1876 geopend, het stoomschip Rembrandt voer als eerste het kanaal binnen.

Het werd van meet af aan een succes, de schepen voeren in korte tijd naar Amsterdam.

In de opvolgende jaren werden de sluizen steeds verder uitgebreid.

Direct na het gereed komen van het kanaal werd het door de vissers gebruikt als vluchthaven, omdat de vissers de scheepvaart danig belemmerden werd er voor hen een haven aangelegd die uit zou groeien tot de grootste vissershaven in Europa.

 

Forteiland


Het Noordzeekanaal was zo belangrijk dat de sluizen in tijd van oorlog verdedigd moesten kunnen worden. In de monding een fort. Dat ligt er nog steeds en maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam, een ring van forten en verdedigingswerken om Amsterdam die wel wordt vergeleken met de Chinese Muur.

Na een letterlijk ondergestoven periode voor het fort in de periode na de Tweede wereldoorlog is in 1996 begonnen het eiland en het fort een nieuwe bestemming te geven, de herstelwerkzaamheden zijn nog altijd in volle gang, er vinden excursies, trainingen en tentoonstellingen plaats, de VVV organiseert tochten naar het eiland.

Sinds kort is de Stelling door de Unesco uitgeroepen tot monument van wereldbetekenis.
Het Noordzeekanaal werd de redding van Amsterdam als havenstad en maakte het mogelijk dat het gebied vanaf de Hoogovens tot de Zaanstreek, het oudste industriegebied van Europa, opnieuw tot ontwikkeling kwam en duizenden mensen werk en welvaart verschafte.

 


Opzij van de weg van de Velsertunnel naar IJmuiden, tegenover buitengoed Beeckestijn en Velserbeek ligt het oude dorpje Velsen, ingeklemd tussen de drukke weg en het brede Noordzeekanaal, als een oase van rust.

Het pittoreske dorpje, met een gerenommeerd restaurant en tal van zorgzaam gerestaureerde panden is een afslag meer dan waard. 

Wie door de oude straatjes wandelt ziet regelmatig enorme containerschepen voorbij glijden, als reuzen in een miniatuurtheater.
 

 

Terug